Gerard werd evenals zijn vader genoemd als ‘op Meijninga’,
verwijzend naar de borg Meijninga. Hij woonde echter te Groningen,
waar hij diverse functie’s bekleedde.
Hij werd genoemd als Raadsheer en Hoofdman van de stad Groningen,
en als Rentmeester tussen 1657 en 1672. In 1656 koopt hij een huis
in de boteringestraat van Rudolph d’Mepsche op Tackenborch.
Sappemeer – fol.26v – 24 april 1681 – 25 januari 1694 – Titia van
Walta, weduwe van de Mepsche, als mede leg. tut. over haar
minderjarige dochter, juffer Margarieta d’ Mepsche, jr. Sibrand de
Mepsche, luitenant over een compagnie cavalerie, en Jan de
Mepsche, kapitein van een compagnie infanterie, verkopen aan Geert
Hilldebrants en Anna Everts (ehel.), en Jan Harmens Calck en
Wijpke Jansen (ehel.) de overdracht van een halve wijk veen, in
het oosten van Sappemeer. Prijs: 700 car.gld
Johan Bloemert als volmacht van Thitia van Walta, weduwe van de
raadsheer Gerhard de Mepsche, haar zoon kapitein Johan de Mepsche
en haar dochter Margareta de Mepsche, weduwe Krieckx, draagt het
goed op aan de ambtman. Datering 1690 sep 2