Rudolf de Mepsche is ridder.
Hij wordt al in 1521 genoemd als pastoor te Bedum, later als Doctor en Pastoor.
Op 24 juni 1535 is er een verzegeling, waarbij hertog Karel van
Gelre aan dr. Roloff Mepsche pastor te Bedum verpacht voor zijn
leven “alle alsulcken volle waren, weydelant, heydelant, hoylant,
bouwlant, vischerije”, welke hij bezit in de marckten van Midlaren
en Zuidlaren.
Op 22 september 1568 verklaart Frater Joannes Roest, procurator te
Bentlage van de orde van het Heilige kruis, dat jonker Haye
Addinge te Westerwolde, hoveling te Sandtweerd, namens zijn vrouw
als erfgename van haar vader, heer Rodolff de Mepsche, ridder, de
verschenen jaarlijkse rente an 5 goudgulden heeft betaald, welke
heer Rodolff de Mepsche, doctor en pastoor te Bedum, zijn convent
heeft toegezegd.