[S18] Genesis 25, 26 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 25
[26] Daarna kwam zijn broer tevoorschijn, terwijl zijn hand de hiel van Ezau vasthield; daarom gaf men hem de naam Jakob. Izak was zestig jaar oud bij hun geboorte.
[S25] Genesis 32, 27-28 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 32
[27] En Hij zei tegen hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde: Jakob.
[28] Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.
[S27] Genesis 47, 8-9 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 47
[8] De farao zei tegen Jakob: Hoe groot is het aantal van uw levensjaren?
[9] Jakob zei tegen de farao: Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun vreemdelingschap niet bereikt.
[S27] Genesis 47, 28 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 47
Het levenseinde van Jakob nadert
[28] Jakob leefde nog zeventien jaar in het land Egypte, zodat de dagen van Jakob, de jaren van zijn leven, honderdzevenenveertig jaar waren.
[S19] Genesis 24, 51 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 24
[51] Zie, Rebekka staat voor u. Neem haar mee en ga heen: laat zij de vrouw van de zoon van uw heer worden, zoals de HEERE gesproken heeft.
[S19] Genesis 24, 67 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 24
[67] Toen bracht Izak haar in de tent van zijn moeder Sara. En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief. Zo vond Izak troost na de dood van zijn moeder.
[S18] Genesis 25, 20 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 25
[20] Izak was veertig jaar oud, toen hij Rebekka, de dochter van Bethuel, de Syriër, uit Paddan-Aram, en de zuster van Laban, de Syriër, voor zich tot vrouw nam.
[S22] Genesis 29, 21-23 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 29
[21] Toen zei Jakob tegen Laban: Geef mij mijn vrouw, want mijn dagen zijn om, zodat ik bij haar kan komen.
[22] Daarom verzamelde Laban al de mannen van die plaats en hij richtte een maaltijd aan.
[23] En het gebeurde 's avonds dat hij zijn dochter Lea nam en haar bij hem bracht; en Jakob kwam bij haar.
[S22] Genesis 29, 27-28 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 29
[27] Maak de bruiloftsweek van deze dochter vol; daarna zullen wij je ook de andere geven, voor het werk waarmee je mij nog eens zeven jaar dienen zult.
[28] Dat deed Jakob en hij maakte de bruiloftsweek van deze dochter vol. Daarna gaf Laban hem zijn dochter Rachel tot vrouw.
[S23] Genesis 30, 3-4 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 30
[3] Daarop zei ze: Zie, hier is mijn slavin Bilha; kom bij haar, zodat zij op mijn knieën zal baren en ook ik uit haar nageslacht zal krijgen.
[4] Zo gaf zij hem haar slavin Bilha tot vrouw, en Jakob kwam bij haar.
[S23] Genesis 30, 9 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 30
[9] Toen Lea merkte dat zij ophield met kinderen baren, nam zij haar slavin Zilpa en gaf haar aan Jakob tot vrouw.