[S9] Genesis 12, 4 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 12
[4] Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.
[S12] Genesis 17, 5 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 17
[5] U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.
[S18] Genesis 25, 7 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 25
Abraham sterft
[7] Dit nu is het aantal jaren van het leven van Abraham dat hij geleefd heeft: honderdvijfenzeventig jaar.
[S8] Genesis 11, 29 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 11
[29] En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams vrouw was Sarai, en de naam van Nahors vrouw was Milka, een dochter van Haran, de vader van Milka en Jiska.
[S11] Genesis 16, 3 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 16
[3] Toen nam Sarai, de vrouw van Abram, Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan Abram, haar man, als vrouw voor hem.
[S9] Genesis 12, 4 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 12
[4] Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.
[S11] Genesis 16, 1-4 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 16
Hagar en Ismaël
[1] Maar Sarai, de vrouw van Abram, had hem geen kinderen geschonken. Nu had zij een Egyptische slavin, van wie de naam Hagar was.
[2] Daarom zei Sarai tegen Abram: Zie toch, de HEERE heeft mijn baarmoeder gesloten, zodat ik geen kinderen kan krijgen. Kom toch bij mijn slavin; misschien zal ik uit haar nageslacht krijgen. En Abram luisterde naar de stem van Sarai.
[3] Toen nam Sarai, de vrouw van Abram, Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan Abram, haar man, als vrouw voor hem.
[4] Hij kwam bij Hagar en zij werd zwanger. Toen zij nu zag dat zij zwanger geworden was, was haar meesteres in haar ogen verachtelijk.
[S11] Genesis 16, 15-16 (Betrouwbaarheid: 3).
Genesis 16
[15] Hagar baarde een zoon bij Abram, en Abram gaf zijn zoon, die Hagar gebaard had, de naam Ismaël.
[16] Abram was zesentachtig jaar oud, toen Hagar Ismaël bij Abram baarde.