Rudolf de Mepsche

Rudolf de Mepsche

Mannelijk 1695 - 1754  (59 jaar)


Persoonlijke informatie    |    PDF

  • Naam Rudolf de Mepsche 
    • Rudolf de Mepsche was heer van Bijma tot Faan, deze titel erfde
      hij van zijn moeder.

      Zijn huwelijksinschrijving bevat de volgende tekst:

      De H.E.G.Hr.MijnHeer Rudolph De Mepsche,Hr.v.Bijma tot Faan
      cop De H.E.G.JuffMejuffer Susanna Elijsabeth Alberda,Juffr.v.SN

      Deze Rudolf heeft de geschiedenisboeken ook gehaald, evenals zijn
      beruchte voorouder Johan de Mepsche, de ketterjager. De vrije
      internet-encyclopedie Wikipedia schrijft het volgende:

      Rudolf de Mepsche (1695 – 1754) (ook genoemd: De Mepsche van Faan)
      was een Groninger jonker. Hij was heer van Faan, later ook drost
      van Westerwolde. Hij is vooral bekend geworden vanwege de
      aanklachten wegens sodomie tegen een grote groep mannen in zijn
      rechtsgebied

      Rudolf verkreeg door erfenis de borgen Bijma en Bloemersma in het
      Westerkwartier. De ‘macht’ in die streek lag tot dan toe
      voornamelijk bij het geslacht Clant dat woonde op de Hanckemaborg
      bij Zuidhorn. Door Clant werd Rudolf gezien als een ongewenste
      indringer

      Sodomie

      In 1730 vonden in Utrecht een aantal arrestaties plaats wegens
      sodomie. Dit was aanleiding tot veel rumoer, waarbij sodomie in de
      Calvinistische leer van die tijd als zeer verwerpelijk werd
      gezien. Overigens bestond er geen eenduidige definitie over wat
      als sodomie betiteld moest worden.

      De dominee van Faan, Niekerk en Oldekerk in die tijd, H.C. van
      Bijler liet zich niet onbetuigd in het debat. Hij schreef een
      pamflet: ‘ Helsche Boosheyt of grouwelijcke sonde van Sodomie’ dat
      door De Mepsche nauwgezet werd gelezen.

      Het is niet zeker of De Mepsche handelde uit overtuiging dan wel
      uit berekening, feit is wel dat hij vervolgens overging tot het
      arresteren van een grote groep mannen die hij verdacht van
      sodomie. Daaronder bevonden zich een aantal mannen die bekend
      stonden als aanhangers van Clant.

      Omdat De Mepsche grietman was voor de streek stond Clant echter
      machteloos. Hij moest lijdzaam toezien hoe De Mepsche op barbaarse
      wijze de mannen vervolgde en via afgedwongen bekentenissen ook tot
      zeer veel veroordelingen kwam. Tegen die veroordelingen stond geen
      hoger beroep open. Uiteindelijk werden er 22 doodvonnissen
      uitgesproken en uitgevoerd door wurging tijdens een openbare
      executie in Zuidhorn. Twee personen waren al door marteling (een
      op de pijnbank) bezweken. Alle 22 lijken werden oneervol verbrand
      in plaats van begraven. De jongste gewurgde jongen was slechts
      vijftien. Twee veertienjarige jongens werden als minderjarig
      beschouwd maar wel schuldig bevonden; ze moesten de executies
      aanzien en verdwenen voor de rest van hun leven in tuchthuizen.

      De vraag in hoeverre er sprake was van een wijdverbreide praktijk
      van sodomie of homoseksualiteit valt aan de hand van het proces
      niet te beantwoorden. De waarde van de bekentenissen is gezien de
      toegepaste dwangmiddelen uiteraard gering. Dat seksuele contacten
      tussen mannen ook in het Faanse niet ongewoon waren is wellicht
      aannemelijk.

      Het was in de achttiende eeuw gebruikelijk dat de kosten van een
      procedure voor rekening van de veroordeelden kwam, bij een
      doodvonnis voor rekening van de erfgenamen. Het optreden van De
      Mepsche had echter tot zeer veel protest geleid. Zijn politieke
      tegenstanders maakten daarvan gebruik door bezwaren in te dienen
      bij de Landdag in Groningen. Zij wisten die procedure dusdanig te
      rekken dat De Mepsche financieel in de problemen kwam en
      uiteindelijk failliet ging.

      De Mepsche werd van de ondergang gered door Willem IV. Rudolf had
      als een van de weinigen in Groningen uitdrukkelijk de Oranjepartij
      gekozen. Toen Willem IV in 1748 tot stadhouder werd verheven werd
      De Mepsche beloond met het drostambt van Westerwolde. De Mepsche
      stierf op de Wedderborg in 1754.

      De sodomieaffaire heeft een diepe indruk achtergelaten op de
      bevolking van het Westerkwartier. De verhalen rond de wandaden
      doen tot op vandaag de ronde. De naam De Mepsche van Faan geeft
      bij menige Groninger nog koude rillingen.
    Geboorte 15 mrt 1695 
    Geslacht Mannelijk 
    Overlijden 14 dec 1754  Wedderdorp Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Persoon-ID I152  de Mepsche
    Laatst gewijzigd op 14 mei 2025 

    Vader Peter de Mepsche,   geb. 8 sep 1650, Loppersum Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatieovl. 9 jan 1710, Groningen Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie (Leeftijd 59 jaar) 
    Moeder Geertruida Aldringa 
    Huwelijk 21 apr 1694  Groningen Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    • Peter de Mepsche was Raadsheer te Groningen, hij bezat o.a. de
      Euckema en Ailckema borg. Zijn zoon Rudolph verkocht het
      ‘Aylkuma’-goed in 1727 met schuur, hovinge, geboomte, grachten,
      etc..

      Akte van schenking door Aswerus Aldringa aan Geertruida Aldringa,
      weduwe van Peter de Mepsche, van de borg Bima te Faan en alle
      daaraan verbonden rechten en 77 grazen land, die op haar beurt
      hetzelfde schenkt aan haar zoon Rudolf de Mepsche, 1712
      (1712.02.18)
    Gezins-ID F55  Gezinsblad  |  Familiekaart

    Gezin Susanna Elijsabeth Alberda 
    Huwelijk 8 apr 1718  Zandeweer Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Kinderen 
     1. Peter Jebo de Mepsche,   geb. 6 jan 1719, Groningen Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatieovl. ca. 1790 (Leeftijd 70 jaar)
     2. Onno Egbert de Mepsche,   ged. 17 mrt 1723, Groningen; A-kerk Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie  [Vader: geboorte]  [Moeder: geboorte]
    Gezins-ID F57  Gezinsblad  |  Familiekaart
    Laatst gewijzigd op 13 mei 2025